Vandaag geopend tot 17:00
De CO2-voetafdruk van gerecupereerde eiken planken is aanzienlijk lager dan die van nieuw geproduceerd hout. Doordat het materiaal al bestaat, wordt de energie-intensieve productieketen grotendeels omzeild. De koolstof die het eikenhout tijdens zijn groei heeft opgeslagen, blijft bovendien gebonden in het materiaal in plaats van vrij te komen bij verbranding of verrotting. De secties hieronder gaan in op de specifieke besparingen, de meetmethoden en de relevantie voor certificeringen als BREEAM en LEED.
Hergebruikt hout bespaart CO2 op twee manieren tegelijk: er is geen nieuwe kap nodig, en de opgeslagen koolstof in het materiaal blijft gebonden. Bij nieuw geproduceerd hout telt de gehele productieketen mee, inclusief kap, transport, droging en verwerking. Gerecupereerd eikenhout vermijdt het grootste deel van die keten, wat de uitstoot per kubieke meter sterk verlaagt.
De exacte besparing hangt af van factoren als transportafstand, bewerkingsgraad en het alternatief waarmee je vergelijkt. Maar de richting is duidelijk: hergebruikt hout is CO2-technisch gezien vrijwel altijd gunstiger dan nieuw gezaagd hout. Dat geldt zeker voor zwaar constructiehout zoals eiken balken en planken, waarbij de productiefase bij nieuw materiaal relatief veel energie vraagt.
Wat het voordeel verder vergroot: eikenhout dat al vijf jaar of langer winddroog ligt, hoeft niet meer kunstmatig gedroogd te worden. Industrieel drogen van hout is energiezwaar. Oud eikenhout uit voorraad slaat die stap volledig over.
De CO2-voetafdruk van gerecupereerd eikenhout omvat de emissies die optreden tussen het moment van terugwinning en de uiteindelijke toepassing. Dat zijn drie hoofdcomponenten: transport van de oorspronkelijke locatie naar de houtwerf, eventuele bewerking zoals zagen of schuren, en transport naar de eindbestemming. De oorspronkelijke productie-uitstoot telt niet opnieuw mee.
Dat laatste punt is relevant voor projectberekeningen: gerecupereerd eikenhout wordt in levenscyclusanalyses (LCA) vaak aangemerkt als materiaal met een negatieve of neutrale koolstofbalans, omdat de gebonden koolstof de resterende uitstoot van bewerking en transport doorgaans overtreft. Dit maakt antiek eikenhout uitstoot-technisch gezien tot een van de sterkere keuzes in de bouw.
Gerecupereerd eikenhout scoort in vergelijking met de meeste andere bouwmaterialen goed op CO2-profiel, maar de beste keuze hangt altijd af van de specifieke toepassing, het gewenste uiterlijk, de constructieve eisen en het beschikbare budget. Een vergelijking heeft pas zin als die factoren helder zijn.
Globaal geldt het volgende:
Voor projecten waarbij uitstraling, duurzaamheid en milieuprestatie samenkomen, is gerecupereerd eikenhout voor veel toepassingen een veelgekozen optie. De gerealiseerde projecten laten zien hoe dat er in de praktijk uitziet.
Ja, gerecupereerd hout kan bijdragen aan zowel BREEAM- als LEED-certificering. Beide systemen kennen credits toe voor het gebruik van gerecyclede of hergebruikte materialen, en gerecupereerd hout valt in die categorie. De exacte bijdrage hangt af van de specifieke creditcategorie die wordt nagestreefd en de documentatie die wordt aangeleverd.
Binnen BREEAM telt hergebruikt hout mee onder de categorie materialen, met name voor credits rondom responsible sourcing en embodied carbon. Binnen LEED zijn de relevante categorieën Materials and Resources, waar credits beschikbaar zijn voor building product disclosure en recycled content.
Belangrijk: beide systemen vragen om onderbouwing. Een mondelinge toezegging is niet voldoende. Projectteams hebben documentatie nodig die de herkomst, het gewicht of volume, en bij voorkeur een LCA-waarde aantoont. Dat brengt ons bij de volgende vraag.
Voor het aantonen van de duurzaamheidswaarde van gerecupereerd eikenhout zijn drie typen documentatie relevant: herkomstinformatie, materiaalspecificaties en, waar van toepassing, een levenscyclusanalyse. Zonder deze documenten is de milieuclaim moeilijk hard te maken richting certificeringsinstanties of opdrachtgevers.
Concreet gaat het om:
Via het Woodworldwide-platform zijn meer dan 15.000 individuele balken en planken gelabeld, opgemeten en in een database opgenomen. Dat niveau van traceerbaarheid is niet vanzelfsprekend in de markt voor hergebruikt hout, maar het maakt het voor architecten en projectontwikkelaars aanzienlijk eenvoudiger om de benodigde documentatie samen te stellen. De oude planken in ons assortiment zijn dan ook goed gedocumenteerd voor gebruik in gecertificeerde projecten.
Frank Pouwer levert niet alleen het materiaal, maar denkt mee over de duurzaamheidsonderbouwing die bij een project hoort. Voor architecten en projectontwikkelaars die werken aan gecertificeerde of ambitieuze bouwprojecten is dat geen bijzaak, maar een voorwaarde.
Wil je weten welke planken beschikbaar zijn en wat we kunnen aanleveren voor jouw project? Vraag een offerte aan en we kijken samen wat er mogelijk is.